RecentieTitus Andronicus
Beschimmelde huwelijkstaart
'Titus Andronicus', het keizerlijke horrorverhaal van Shakespeare, is zonder twijfel een draak van een stuk. Moord, verkrachting en racisme stapelen zich op als lagen van een beschimmelde huwelijkstaart. Wat KVS, Toneelhuis en Olympique Dramatique er juist toe brengt om deze voorstelling op te voeren, is niet helemaal duidelijk. En het resultaat toont dat ze het er zelf ook niet eens over zijn.
Enerzijds heb je Olympique Dramatique, het spelerscollectief verbonden aan het Toneelhuis. Zij steken al te graag de draak met dit monsterlijke werk. Verkrachting wordt slapstick. Moord wordt burleske slachting. Tragedie wordt komedie. Weg met de relevante actualisering van klassieke werken. Vraag Koen De Graeve naar de moraal en hij antwoordt: 'Weet je, lustige lezer, keiharde kijker, op het eind laten we het doek zakken en dat is dan de moraal, oké? Djiezes! De taal is er, het verhaal is er, en wij zijn lui en louter moordlustig.'
Samen met kompanen Geert Van Rampelberg, Ben Segers en Stijn Van Opstal toont De Graeve zich de koning van het vermaak. Elke scène is een speeltuin waarin ze de overdreven absurditeit van Shakespeare opdrijven. Wouter Hendrickx en Jeroen Vander Ven sluiten vol overtuiging aan bij deze aanstekelijke versie. Dit is eindelijk een waardevolle verademing.
Anderzijds heb je Dito'Dito en regisseur Raven Ruëll, beiden onder de vleugels van KVS. Als geëngageerde makers zorgen zij voor de nodige dramatiek. Maar het ernstige acteerwerk verschrompelt naast dat van Olympique Dramatique. Guy Dermul, hoewel in ander werk emotioneel diepgravend, is hier slechts een grijze muis. Ze leveren geen slecht acteerwerk, maar veroveren nooit hun plaats op de scène.
Raven Ruëll, die het geheel zou moeten binden, slaagt daar niet in. Afgezien van de donderende wip op het podium die zorgt voor een indringend lawaai, is zijn stem afwezig. In zijn interview met 'De Standaard' lijkt hij dan ook over een geheel andere voorstelling te praten. Tevergeefs probeert hij een moraal toe te voegen, maar die poging is zinloos, want 'Titus Andronicus' gaat over niets. Niets meer dan lachwekkend geweld op een podium met vier muren errond. En deze bewerking slaagt er niet in om die muren te doorbreken. Aaron, de 'neger' of de 'zwarte hond', is enkel een hilarische satire op Shakespeares stompe dramatiek. Er is geen enkele verbinding met de buitenwereld.
En toch slaagt Ruëll erin om de ellende van onze ex-kolonie erbij te sleuren: 'Ik ben de jongste jaren veel met Afrika bezig geweest, heb twee voorstellingen gemaakt over Congo. In Oost-Congo worden kinderen in het vuur gegooid, vrouwen worden er letterlijk doodverkracht.' O, koene blanke ridder, hou toch je mond! Wat hebben we in godsnaam aan een zoveelste afschildering van Congo als een miserabel donker gat als je in je voorstelling hier niets meer aan weet toe te voegen? De ene voorstelling rechtvaardigt de andere niet.
Koen De Graeve doet er nog een schepje bovenop wanneer hij Congo veralgemeent tot 'bepaalde delen van onze zich prachtig ontwikkelende wereld'. Ik dacht dat dit pretentieloos theater was? Waarom zou deze voorstelling dan plots ter zake zijn over welke gruwel in de wereld dan ook? Het is ronduit pretentieus om het absurde geweld rond een fictief keizerlijk hof te vergelijken met de gemotiveerde daden van mensen in een bepaalde context zonder er een serieuze voetnoot bij te maken.
Met de neuzen in verschillende richtingen loopt dit huwelijk tussen Toneelhuis en KVS op de klippen. Wij zijn blij dat - voor zolang het duurde - de mannen van Olympique Dramatique de plak zwaaiden.
Bregt Van Wijnendaele
© Cutting Edge -- 08 Nov 2009
Bron: http://www.cuttingedge.be/stage/reviews/176573-titus-andronicus?utm_source=feedburner&utm_medium=feed&utm_campaign=Feed%3A+CuttingEdge+%28Cutting+Edge%29Artikeldonderdag 05 november 2009Titus Andronicus in het duistere hol van de wraak Brussel-Stad - Wij stellen u een avondje theater voor waarin u er onder meer getuige van bent hoe de dochter van het hoofdpersonage verkracht, de handen afgesneden en de tong uitgerukt wordt. En dan nog in de mooie bewoordingen van Shakespeare zelve!
Voor deze nieuwe KVS-productie staat een dreamteam klaar om zich ten gronde te richten: eigen volk als Mieke Verdin, Guy Dermul, Willy Thomas en regisseur Raven Ruëll, de Toneelhuis-residenten van Olympique Dramatique (waaronder de hieronder bevraagde acteur Stijn Van Opstal), en nog wat ander gereputeerd tuig als Koen De Graeve en Wouter Hendrickx. Na twee jaar leeswerk van eerst de komedies van Shakespeare, en dan nog wat hedendaagse stukken, viel hun keuze uiteindelijk op Titus Andronicus – een vroege, onpeilbaar duistere Shakespeare-tragedie.
Regisseur Raven Ruëll: “Over Titus Andronicus wordt altijd gezegd dat het bijna niet te spelen is omdat het te ingewikkeld is en niet helemaal klopt, omdat bepaalde personages niet helemaal zijn uitgewerkt, en de plot er toch met de haren bij getrokken is. Dat bleek inderdaad zo te zijn. (lacht) Maar dat maakt het stuk nog intrigerender. Het is duidelijk dat het je voor vraagstukken stelt waar je creatief mee om moet gaan, maar Shakespeare levert wel goed theater af. Hij schreef echt voor de vloer.”
In dit geval een orgie van geweld. Is dit Shakespeares versie van de hedendaagse geweldfilm?
Raven Ruëll: Zeker, het is zijn The Terminator. In Shakespeare in love (de film uit 1998, mb) zit trouwens een scène waarin een kleine jongen op straat aan Shakespeare vraagt wanneer hij Titus Andronicus nog een keer gaat opvoeren, omdat hij nog eens wat grof geweld wil zien.
Een van de personages uit Titus vraagt op een bepaald moment hoe hij het hol van de wraak moet vinden. Eens ze dat hol hebben gevonden, houdt het niet meer op.
Stijn Van Opstal: Het mechanisme is niet meer te stoppen, ook al heb je personages die het proberen te beteugelen. Het aantal motieven en drijfveren wordt oneindig groot. Enkele personages moorden met het recht aan hun zijde, of omdat hun iets verschrikkelijks is aangedaan. Er wordt gemoord om het moorden te laten stoppen of omdat een bepaalde zaak nog snel eventjes geregeld moet worden. Maar in heel dat kluwen zit één figuur die volledig amoreel is en geen enkel ander doel heeft dan de mallemolen in gang te houden.
Ruëll: Aaron, een neger, ja. Een beetje The Joker uit de Batman-films die ervoor uitkomt dat hij doodt om het plezier en nergens spijt van heeft, behalve van de goede daden die hij heeft begaan en de slechte daden die hij heeft nagelaten.
En Shakespeare plaatst daar nergens een kanttekening bij?
Van Opstal: Het stuk moet het niet hebben van sterke gedachten over wraak enzovoort. Maar het geheel is wel iets dat je eventjes moet laten bezinken en dat de nodige vragen oproept. Aaron is trouwens de enige bevrijde ziel in heel het verhaal. Je kunt empathie hebben met een aantal anderen, maar hij is de enige waarmee je je op een of andere manier verwant kunt voelen of die je desnoods zou willen zijn.
Ruëll: Wat het stuk nog boven de ordinaire geweldfilm uittilt is natuurlijk ook de taal. Er wordt geen tong uitgerukt zonder ellenlange virtuoze claus die dat aankondigt. Het blijft Shakespeare, geschreven in een tijd dat de mensen misschien wel taalvaardiger waren dan wij nu. Ik las ergens dat ze er vroeger in slaagden dit stuk in twee uur te spelen. Dat is voor ons onmogelijk. Ik stel me daar halve rappers van acteurs bij voor. Televisie of film bestond toen niet, maar Shakespeare moest bijvoorbeeld wel opboksen tegen de publieke executies die toen veel volk lokten. Als hij over dat soort gruwel een stuk wilde schrijven, moest hij iets vinden om het even spectaculair te maken.
Vandaag heeft die taal minder dat effect, maar ik blijf het belangrijk vinden om ze te gebruiken. Je kunt ze bekijken als een geheimtaal waarmee je een aparte wereld kunt creëren eens je ze onder de knie hebt. In het theater moet er niet per se worden gepraat zoals de mensen thuis ook al praten.
Brengen jullie het geweld mooi in beeld?
Van Opstal: We zijn nog aan het zoeken naar een theatrale oplossing voor de vele moorden, want dat is een moeilijke kwestie. Ergens word ik de strot afgesneden en een paté ingedraaid die Geert (Van Rampelberg, mb) dan opeet. Bij de laatste repetitie was hij met brood Luikse siroop van tussen mijn benen aan het scheppen. Ik weet niet of dat de voorstelling gaat halen, maar het is me alvast bijgebleven.
Toch ook humor dus?
Van Opstal: Die zit sowieso in de schriftuur, hoor. Dat kluwen van verstoppertje en pakkertje is op een komische manier geschreven. Zonder humor trek je het verhaal ook niet. Het is alleen zoeken naar de balans.
Ruëll: In veel ensceneringen wordt vergeten dat Shakespeare een volkse auteur was die niet keek op een mop meer of minder. Maar de humor is zeker geen doel op zich.
Rest de beroemde Shakespeare-vraag: 'Bewerken of niet bewerken?'
Ruëll: Shakespeare bewerkte zelf voortdurend. Als een acteur veel succes had met een bepaald nummer, schreef hij de volgende nacht bij wijze van spreken nog vier scènes bij voor die komiek. Dan zou het dwaas zijn om echt alles naar de letter te gaan spelen. We hebben dus geen overdreven respect voor de tekst, maar toch redelijk veel. We schrappen hier en daar een verwaarloosbaar beetje, maar eigenlijk spelen we hem volledig. Willy Thomas zei daarover: als je keuzes begint te maken en knipt, kan dat veel opleveren, maar dan kooi je Shakespeare op een bepaalde manier. Wij laten hem vliegen en tonen alles wat hij ons biedt.
Van Opstal: Er zijn de laatste jaren veel bewerkingen van Titus Andronicus geweest: van Mieja Hollevoet, Dood Paard, Gerardjan Rijnders, Jan Decorte. Maar ik voel dat onze mening niet ligt in de bewerking, maar wel in de manier waarop we hem volledig willen spelen. Volgens mij gaat men ons er zelfs nog van betichten dat we dingen hebben toegevoegd. Want van sommige zaken kun je bijna niet geloven dat Shakespeare ze heeft geschreven.
Bron: http://www.brusselnieuws.be/artikels/cultuur/titus-andronicus-in-het-duistere-hol-van-de-wraak/